Sarpanch

15 May 2009 In: Uncategorized


Sarpanch, originally uploaded by Simon de la Court.

Sarpanch, oftewel bugermeester, is een beroep waar sinds ongv. 1970 30% vrouw moet zijn, dat levert veel goeds op (zoals deze vrouw), maar ook veel gezeur. Zoals in veel andere gevallen. Boven deze vrouw staat op een bord ’stoel van de echte burgermeester’, niet haar man dus.

dagelijkse dingen

15 May 2009 In: Uncategorized

Na 2 korte tours door het achterland komt een moment van rust. Eigenlijk forceert mijn lichaam me om even te stoppen. Na een dagje Anandi kantoor, fried rice en wat mango beleef ik een weinig plezierige avond. Terwijl het hele Indiase leger mijn maag verkent beginnen mijn darm troepen het te begeven. Na een kort bezoek aan de toilet volgt een 2e langer bezoek. De gehele maaltijd gaat komt in omgekeerde volgorde langs zeilen, eerst de mango, dan de rijst, en dan de dhosa van op ’t kantoor, dit allemaal gemarineerd met een fikse scheut gal en andere maagsappen. Verder lijkt mijn uitscheiding meer op soep dan puree, dus is de reislust even weg. Toch lucht zoiets goed op. De rijst was eigenlijk ook teveel (ook teveel vet, daarover straks meer). De volgende ochtend is het me in ieder geval goed duidelijk, even rust.
’s Ochtends drink een goede kop sterke Darjeeling. Goed spul. Helemaal om je lichaam schoon te maken, geen suiker of melk erbij, veel smaak. Tushar en Sumitra lijken wat bezorgd, maar met een rigide dieet van bananen, cola en wat wit brood om de acute stroom aan loopstront te stoppen moet ik ’t redden. Daarnaast kunnen er toch wat kilo’s af, dus wat minder eten kan geen kwaad. Nu is minder eten hier makkelijker gezegd dan gedaan, terwijl ik over mijn kotsnacht vertel biedt Sumitra me wat chapatti’s aan, ze heeft ook nog wat groenten en rijst, glanzend van ’t vet. Gelukkig staat de Gujarati etiquette weigeren zo ongeveer altijd toe, en beledig je zo niemand.
Terwijl Tushar en ik naar een winkeltje lopen om wat wit brood en bananen te kopen vertelt hij over het rampzalige Indiase dieet, te vet, te zoet, te zout. Kortom, met elke hap ga je gewoon veel sneller dood. We stoppen bij een stalletje met een onbeduidende verkoper, en een grote bak kokende olie. Tushar wil Kakra ofzo, “proeven?” roept ie me toe. Aangezien ik nog maar net bekomen ben van een zoveelste aanval van acute racekakkerij en ik met al die olie toch weinig goeds vermoed weiger ik maar, en zodra Tushar besteld heeft worden mijn vermoedens bevestigd. De man gooit wat deeg in de pan, en schept het er na een tijdje behendig uit, legt het op een stuk krant en weegt het. Op de toonbank liggen nog meer glimmende gerechten. Tushar bestelt er maar wat van, ik grap wat over vet, Tushar lacht mee (doet ie toch altijd). De letters op de krant beginnen te vlekken van de olie. Tushar oreert verder over de vroege dood die veel Indiërs te wachten staat vanwege de gewoonte om bizar ongezond te eten. Ondanks dat ie gelijk heeft heb ik niet echt oren naar zijn verhaal, aangezien mijn racekak zich weer klaar heeft gezet voor de volgende ronde (de poep en pies fase verlaat je nooit).
Als ik thuis terugkom staat de TV op Lokh Shaba (ondertussen wel even de racekak afgehandeld), het TV kanaal over de lopende 2e kamer verkiezingen hier. Er wordt wat heen en weer gewauweld over lokale ontwikkelingen door wat raar ogende politici. Eigenlijk zijn de verkiezingen hier een grote Bollywood show. De TV krijst elke keer weer groots BREAKING NEWS. Vervolgens blijkt er een of andere partij-lul valse papieren in geleverd te hebben, zonder rijbewijs te rijden, iemand teveel geld toegestopt te hebben, ga zo maar door. Ook van de berichten in de kranten wordt je weinig vrolijk, de communisten verkrachten, de dalit-partij-leidster (Mayawatti, BSP, laagste kaste) bouwt grootste parken met standbeelden (van met name zichzelf), de BJP baas Modi wordt hier beschuldigd van betrokkenheid bij rellen (die tot de dood van ongv. 1000 moslims heeft geleid). Maar het blijft India, en het nieuws wordt in Bollywood in elkaar geflanst. Met grote korrels zout kom je tot de conclusie dat er eigenlijk bizar weinig aan de hand is voor zo’n jonge democratie. Om mij heen hoopt en verwacht iedereen een UPA (Congress) zege, eigenlijk met name omdat er geen alternatief is, geen betere.
De volgende dag is de racekak eigenlijk over en neem ik de rickshaw naar ’t kantoor van Anandi om even te internetten en een document voor Sumitra af te maken. De rickshawwhalla probeert me eerst stevig te naaien met 1000 roeppie, ik doe ‘m de groeten en loop verder. Hij start zijn rickshaw en achtervolgt me, 100 roepie ook goed? Nee, 25 en verder niets. Hij zegt 20, deal denk ik. Rare manier van afdingen hier. De whalla houdt verder zijn mond en zet me keurig af, hij komt zijn belofte na en ik krijg een handdruk na. Rare vriendelijkheid.
Na het kantoor neem ik de rickshaw naar Regina, toch maar goed dat ik wat Gujarati ken, want hij rijdt me zo wat naar de andere kant van Rajkot. Vervolgens begint hij in ’t Hindi te zwammen, en vraagt of ik uit UK kom. Engrezi ha, roep ik ‘m toe, moet ik straks weer over die verdoemde koeien en melkrobots beginnen. “Verie naiz kuntrie”. Ik lach en herhaal ’t in keurig Gujarati. Hij kijkt me over zijn schouder aan en zijn brede lach verraadt zijn zowat tandeloze mond. Geld voor een tandeborstel heeft geen zin meer, dus ik hou me aan de afgesproken prijs.

Als ik Regina bereik gaan we even bij vriend klerenmaker langs. Een vriendelijke man die altijd een praatje heeft en elke keer te weinig vraagt. Hij heeft 3 shirts voor me gemaakt en vraagt er 330 roepie voor. Meer weigert hij, iets met beroepseer begrijp ik. Hij vraagt of ik pivo wil, colddrinks in ’t Gujarati (dus geen bier, zoals in veel Oost-Europese talen, de hele staat is hier drooggelegd). Met 42 graden weiger je dat niet snel. Terwijl ik geniet van mijn Thums Up Cola en de klerenmaker trots is dat zijn werk ook aftrek vind bij buitenlanders (hij wil een foto van mij, voor zijn wall of fame) voel ik me toch wat schuldig. Het flesje Thums Up kost toch 15 roepie, dat is al snel de mouw van mijn shirt. Maar zijn eer verbied ‘m om meer te vragen. Ik denk dat je een Indiër moet zijn om dit echt te kunnen begrijpen. Misschien moet je wel een Indiër zijn om het land te begrijpen, elke keer verbaas ik me weer, en toch is dit zeker niet de eerste keer dat ik er ben. Misschien is dat wel de aantrekkingskracht, een soort van oneindig mysterie. De vraag blijft natuurlijk of dit land er ook iets mee opschiet.

_MG_6216

15 May 2009 In: Uncategorized


_MG_6216, originally uploaded by Simon de la Court.

_MG_6218

15 May 2009 In: Uncategorized


_MG_6218, originally uploaded by Simon de la Court.

de myiana en hun wereld

12 May 2009 In: Uncategorized

’s Ochtends vroeg arriveert mijn chauffeur, Paresh. Mr. Prince stelt hij voor, is simpeler. Mr. Prince stuurt de Anandi-jeep van de Oscar-Towers compound af (hoop werk, zo zonder stuurbekrachtiging met zoÕn auto). Paresh is een jonge man van ergens in de rond de 25 schat ik zo. Achter zijn brede lach gaat een mond met een hoop rotte tanden gepaard. Voordat we naar Malia rijden moeten we nog een senior Anandi medewerker oppikken, Varsa. Anandi is een hulporganisatie die zich richt op het versterken van de positie van met name vrouwen, waar mijn gastvrouw Sumitra een van de vier directors van is.

Ergens bij het Anandi kantoor pikken we Varsa op, en vrouw van ergens rond de 50, bril, ronde glazen, ronde pretoogjes, 3 masters aan de University of Ahmadabad. Ze legt me uit dat we een summer camp bezoeken waar Myiana kinderen les in schrijven en lezen krijgen. De leeftijd varieert van vijf jaar tot elf. De Myiana zijn een verhaal apart in Gujarat. Het is een groep semi-moslims die onder de laagste kasten geschaard worden. Het zijn ook geen echte moslims, ze geloven wel in Allah, maar hebben er (waarschijnlijk uit praktische overwegingen) maar wat Hindoe rituelen en goden aan toegevoed. Gevolg is dat ook de moslims ze niet zien zitten.

Mr. Prince zet ons af bij de school en gaat de kinderen bij hun dorpjes oppikken. We ontmoeten de docenten, vijf jonge enthousiaste Gujarati die via Anandi hun steentje aan gelijkheid willen bijdragen. Slechts twee van hen zijn gekwalificeerd docent, maar dat schijnt niet te baten. Ze willen eerst weten hoe dat Nederland is. Of we er koeien naast ons huis hebben, en hoeveel liter onze doorsnee koe aan melk geeft. Op een of andere manier komen gesprekken over Nederland altijd uit op koeien. Zodra de kinderen terugkomen beginnen de lessen. De kinderen worden verspreid over twee groepen, diegenen die eigenlijk niet kunnen schrijven en lezen, en een groep voor de wat gevorderden. Er blijft een jongen over, Saddam Hoessein (geen grap, zo heette ie echt). Varsa vraagt ‘m of hij ‘t bord kan lezen, nee, Saddam moet naar de beginners groep.

Na wat lessen bekeken en gefotografeerd te hebben haalt Mr. Prince ons op voor het 2e bezoek, een bureau in een onbuidend kantoor waarachter zich een statige vrouw schuilt. Haar naam weet ik niet meer. Ze was een soort van lokale advocate, alleen kon ze niet lezen en schrijven. Meer een manager, vertaalt Varsa voor me. Ze stuurt de twee sociale werkers van Anandi die (gelukkig) wel kunnen lezen en schrijven. Ik vraag haar wat voor zaken ze nu mee te maken heeft, veel formele dingen, aanvragen van mensen voor overheidshulp, hulp bij aangifte van huiselijk geweld en kastendiscriminatie.

We moeten verder, zegt Varsa op een enthousiaste toon. We rijden naar een groep vrouwen die samen een microcrediet en spaargroep hebben. Thee vloeit rijkelijk. Ook deze vrouwen zijn Myiana. Ik vraag waarvoor ze het geld gebruiken. Medische kosten en trouwerijen. De ouders betalen hier namelijk de trouwerij (en regelen vaak ook de match). De vrouwen lachen wat als ze het over de trouwerijen hebben, ze denken dat ik helemaal geen Gujarati versta, en vragen zich of het niet een idee is om mij aan een van hun vrouwen te koppelen. Ik glimlach braaf.

De zon begint te zakken en we moeten terug naar het hotel. Ramesh (social worker voor Anandi) neemt me op zijn motor mee. De jeep is even ergens anders. Ik voel me wat onwennig achterop, helemaal het spookrijden vind ik maar niets. Als ik afstap blijft mijn broek haken (bij mijn kruis ja) achter een schroef op de motor, de naad scheurt open. Fijn, is ‘t ook nog de enige broek die ik nu mee heb (niet voor de hele reis hoor). Ik druip af naar de deur van het hotel en hang mijn cameratas voor mijn kruis. Als Varsa er aan komt doe ik mijn best om uit te leggen dat ik naald en draad nodig heb. Na de vertaling gniffelt Ramesh wat, maar verdwijnt en komt niet veel later terug met wat garen en naalden. Als ik vraag hoeveel ik hem schuldig ben weigert hij geld, we zijn vrienden immers. Als ik naar mijn kamer loop hoor ik wat gegniffel achter me, ach ja, eigenlijk is ‘t ook wel grappig. Nadat ik mijn broek wat provisorisch dichtgenaaid heb lopen we naar het restaurant. Echt zeker voel ik me nog niet, mijn naaikunst is niet echt fenomenaal en straks zit ik weer met dat gapende gat. Bij terugkomst gooi ik er nog maar wat garen tegenaan, de broek is in ieder geval afgeschreven.
De volgende dag zou Tushar komen om mee te reizen, maar na wat telefoontjes blijkt hij te zitten met een “change of plans” situatie. Verslapen dus.
Mr. Prince haalt Ramesh op, die ook zijn zoontje mee neemt. Na een korte rit halen we de andere Ramesh op (docent van summer camp). We rijden door naar de zoutvlaktes van Gujarat. Het gebied rond Malia is een grootleverancier voor zout. Niet het zout wat je eet, daar is het (zoals alles eigenlijk hier) gewoon te goor voor. Het werkt heel simpel, je maakt wat dijkjes, je pompt water op de woestijn tussen de dijkjes en laat de zon het werk doen. Er komt wat harken bij kijken, om het drogen goed te laten verlopen, en wat schepwerk, voor het vervoer. Geen laarzen, geen handschoenen, 42 graden celsius. Je wordt er niet echt oud mee, zullen we maar zeggen. Het zout vreet je voeten en handen weg, de hitte sloopt de rest. Ik schat dat als je hier ergens richting de 50 gaat je aardig op weg bent naar het einde van je leven.
Ergens te midden de woestenij staat een klein gebouwtje, de school. Ramesh roept wat kids bij elkaar voor de foto. De kinderen kijken me allemaal met priemende ogen aan, het kan zo zijn dat ik de eerste blanke ben die ze ooit zien. Ze blijven maar kijken. Ik ontmoet de docent, een man die niet veel meer heeft dan wat bij ons het 2e jaar van het VMBO zou zijn. Meer is er hier niet voor handen. Ramesh roept challo, en we vertrekken weer. De kinderen kijken ons lang na, ik vraag me af hoe hun toekomst er uit zal zien, door verzilting zal er alleen maar zoutwerk bij komen.
We rijden door naar een ander dorp waar ik Djelpa (Anandi staff) ontmoet en we op bezoek gaan bij een andere groep Myiana vrouwen die een microkrediet en zelfhulp groep hebben opgezet. Eigenlijk mogen er alleen vrouwen bij zijn, maar omdat ik bij met Anandi mee reis mag het. Voordat de vergadering begint wordt er van alle kanten naar me gekeken, hier is het heel normaal om iemand recht in de ogen te staren. Het voelt wat onwennig maar het voordeel is dat je terug mag staren. De groep bestaat uit zowel jonge als oude vrouwen. Sommige hebben met het geld van de groep een winkeltje opgezet, voor de meeste is het geld om zich te redden uit benarde situaties. Voor allen brengt het geld een beetje invloed en respect in het gezin. Nadat de vrouwen de maandelijkse rente en een deel van de lening hebben terugbetaald nemen we afscheid. Een bus neemt ons mee voor 15 roepee (1 euro is ongv. 60 roepee) naar Morbi, om voor 25 roepee terug reizen naar Rajkot. De prijzen kloppen wel, de bussen stammen uit de jaren 70, en hebben sindsdien geen onderhoud mee gehad. De deur zit vast met een stuk touw en des te harder de bus rijdt des te harder de lampen er in branden. Garantie voor een prachtige rit.

Saltpan School

12 May 2009 In: Uncategorized


Saltpan School, originally uploaded by Simon de la Court.

Microcredit

12 May 2009 In: Uncategorized


Microcredit, originally uploaded by Simon de la Court.

Summer Camp

12 May 2009 In: Uncategorized


Summer Camp, originally uploaded by Simon de la Court.

stinkende hel.

11 May 2009 In: Uncategorized

Terwijl ik een fikse scheut thee over mijn broek mors wordt Tushar uitgekafferd door een stevige vent met bollywood-bad-boy uiterlijk (jep, gouden tanden, stevige snor en fake aviator zonnebril, foto’s beneden). “Niemand doet wat, wij worden hier aan ons lot overgelaten” roept hij. Ik vraag me af hoeveel zijn gouden tanden hebben gekost, en hoe hij met dat geld ‘t lot had kunnen veranderen. We worden naar 2 motors verordeneerd. Tushar kijkt me wat weemoedig aan en zegt dat de relatie nog niet helemaal optimaal is. Twee mede bad-boys nemen ons mee naar de haven. De stank van rottende vis, honden cadavers, schijt en pis en andere rotzooi is moordend. Als we aankomen in de haven worden we afgezet bij een hok waar een schuimend paarsig vocht uitkomt. “Not good huh” roept een van de locals me te toe. Als ik me omdraai en naar de haven zie ik een kind zich wassen in het rode water van de haven. Tushar vertelt dat de industrie een pijpleiding door de haven heeft laten gelegd voor het afval water, en de rode kleur komt door chemicaliën die uit de pijp lekken.

De gunda’s staan al klaar met hun motor om ons terug naar ‘t patelgebouwtje te vervoeren. Tushar telefoneert ondertussen wat (wanneer niet eigenlijk), en spreekt met een van de industriëlen. Terwijl we over een vuilnishoop aandoend weggetje terug rijden vraagt de motorvent me waar ik vandaan kom, Holland, Europe. “London?”. Omdat ik geen zin heb in lange discussies zeg ik ja. Voor veel Indiers bestaat buiten India alleen Pakistan, Amerika en Engeland. Na een korte discussie vertrekken we naar de volgende patel. Elke wijk heeft er zo een, soms heten ze panchayat, soms patel. We worden begroet door een man die ik al eerder ontmoet heb, vorig jaar bij de boating organisation in dit stadje. Of we thee willen, weigeren is geen optie. De man is hartelijk en vraagt hoe alles is, hij herinnert me nog. Tushar vertelt dat de relatie met deze patel veel beter is, meer dialoog, meer proces. De patel stuurt zijn bode met sherifbadge naar een winkeltje om mineraalwater voor deze speciale gast te halen. Na veel thee, wat geklets is ‘t tijd om te gaan. Anil roept “challo” en de delegatie gaat terug naar Tushars auto.

De volgende stop is Chorwar(d?). Een vissersdorp zo’n 30 km van Veraval af. De rit is prachtig, de weg kronkelt bunyantrees, palmbomen, mango en banaan plantages door. Achter een oude poort begint het dorp. Een walm van rottende vis wordt naar binnen gespuwed door de overuren draaiende airco. Als we uitstappen voel ik me wat draaierig door de penetrante stank die rond de hoofdstraat. Gelukkig waait er een frisse zeewind en komen we al snel bij het strand aan.

De strook langs het water is een prachtige idyllische wereld temidden van pure Indiase goorheid. Tushars lokale werknemer, Manesh begeleidt ons naar een vissershutje, waar een zachte wind heerlijk verkoeling brengt. Om ons heen lopen wat koeien doelloos heen en weer. Het doet totaal onindiaas aan, het prachtige strand, de bootjes, de schone lucht.

En zoals het altijd in India is, zit er nog een ander verhaal achter. De vissers hier zijn een kleine gemeenschap vissers die in zwaar weer verkeren. Hun inkomsten dalen door de sterk verslechterde visstand en de overmacht van de vissers met trawlers uit het grotere Veraval. Veel mensen hier kunnen niet lezen of schrijven en hebben geen idee wat hun rechten zijn. De prachtige zee is eigenlijk een woestijn, de mangrove die normaal verder op liggen en geboortegronden voor de vis vormen zijn verdwenen. Door vervuiling is een grootgedeelte van de flora en fauna op de bodem vernietigd.

De vissers snappen weinig wat er in hun wateren gebeurt, ze merken het alleen aan het formaat vis en de hoeveelheid. De overheid steunt ze niet echt, op een 1 semi-overheids organisatie na (MPEDA/NETFISH). Maar de door Netfish georganiseerde lessen (maar 2) zijn te weinig om deze mensen te helpen.

Toch blijft iedereen hier optimistisch. Als eindelijk de vissers komen (na een lang gesprek over 9 verdronken toeristen) worden we hartelijk ontvangen. Terwijl Manesh een presentatie over duurzaamheid geeft praat Tushar uitgebreid met de voorman over de stand van zaken. De zon zakt langzamerhand onder de zee, de avond valt. Terwijl we terugrijden naar ons hotel in Veraval is er rust in de auto. Geen bellende Anil, Tushar of Manesh. Een zachte Bollywood tune rijdt ons door de prachtige bossen, terug naar het andere helse oord, Veraval.

Fisher in Chorward

11 May 2009 In: Uncategorized


Fisher in Chorward, originally uploaded by Simon de la Court.