Balans

28 May 2009 In: Uncategorized

Elke stap buiten de deur puzzelt me, het verkeer, de rotzooi, de zwerver midden op het plein van Veraval of het rode water. Hoe kan zoiets blijven bestaan? Ik denk dat alles hier een grote balanceeract is. Alles leeft op een minieme voet van stabiliteit. Het is net als die dikke olifantengod, Ganesh, die in zijn dans van teen tot teen gaat. Ik snap het ook nooit echt, ik bedoel dan, hoe kan deze samenleving blijven bestaan.
We rijden naar de haven om een visser te ontmoeten, de vragen blijven door mijn kop spelen. Overal om mij heen is het goor, vies en vuil. Je zou hier maar smetvrees hebben, dan ben je mooi genaaid… Als we uit de rickshaw stappen sta ik bijna in een dode rat, gadverdamme. Een groepje zwijnen scharrelt wat rond, ongemoeid, want niemand eet ze en ze zijn te goor om iets tegen of mee te doen.
Dan stappen we de haven in, het zand verbergt de enorme hoeveelheid aan rotzooi iets, hoe kun je dit nu omtoveren in een schone haven… Een visser begroet Manish en mij, hij kijkt me trots aan en schud mijn hand stevig. Hij is wel echt erg lang he, zegt hij tegen Manish. Hij vertelt me over zijn boot, en of ik die wil zien. Als we naar zijn boot lopen en ik de camera pak moet hij eerst poseren, hij draait wat kanten op, en lacht teveel. Niet helemaal de foto die ik wil, maar daar ga ik later achteraan. We lopen verder de haven in, langs de nettenboeters en de luierende vissers (het seizoen is bijna afgelopen). Een groepje kinderen speelt met wat boten, en een kalme wind waait door mijn haren. Een groepje mannen wil op de foto, en vraagt me om even langs te komen. Ze poseren allemaal met een brede lach, hoe ik ook gebaar en vraag, het blijft bijzonder grappig.
Terwijl we kletsend teruglopen komen er vijf gewapende politiemannen met stevige pas op mij af. Eerst denk ik dat ze voor iets anders komen, maar de man met de meeste strepen blijft mij aankijken, en roept iets in het Hindi. Daarna vraagt hij mij in het Engels waar mijn permissioncard is.
Shit, krijg je dit gezeik weer, en ik had nog niet eens de foto’s die ik wilde. Hij blijft me pissig aankijken, en ik vraag hem zo beleefd mogelijk wat ik fout heb gedaan. “You can not be here” zegt hij, hmm, dat is nu al te laat, vervolgens gaat hij in op een of andere “Anti Terror Act” vanwege de Mumbai aanslagen. Ik staar naar de watjes in de loop van de agent naast me, best schattig. Ik besluit maar om niet brutaal te doen en gewoon mee te werken. Het zweet biggelt over mijn voorhoofd en ik vraag de politieman of we even kunnen zitten, en dat lijkt hem goed, ook hij heeft het warm. Hij wil dat ik mijn foto’s delete, goed, die undelete ik toch weer. Niets ten nadele van de brave politie agent hoor, maar ik zie niet in wat foto’s van nettenboeters en wat vissers kunnen bijdragen aan de algehele dreiging van terrorisme.
De vijf agenten kijken over mijn schouders mee en roepen ad random “harbour” bij de foto’s. Zodra ik klaar ben vraagt hij me of ik de haven wil verlaten, veiligheid enzo. Nouja, ik schud hem maar de hand, bedank hem voor het fijne gesprek en loop weg. Mooi k*t, ik wilde nog veel meer foto’s maken. Je kan niet alles hebben hé…
Manish neemt mij mee naar zijn huis, een klassiek Kharva huis, gebouwd in de hoogte, kamer op kamer. Daar woont hij met zijn vrouw, moeder en twee kinderen. Kinderen die zich bijzonder gelukkig mogen prijzen, ze zullen beiden goed onderwijs krijgen en waarschijnlijk door kunnen studeren. Een kans die alleen toekomt aan zo’n 5 tot 10 procent van de bevolking hier. Na een gezonde kop thee en een doek om het plisie-zweet van me af te krijgen ga ik weer naar mijn hotel, waar ik even kan slapen, en niet na hoef te denken over de balancerende teen van Ganesh.

Veraval Harbour

28 May 2009 In: Uncategorized


Veraval Harbour, originally uploaded by Simon de la Court.

Veraval Harbour

28 May 2009 In: Uncategorized


Veraval Harbour, originally uploaded by Simon de la Court.

Veraval Harbour

28 May 2009 In: Uncategorized


Veraval Harbour, originally uploaded by Simon de la Court.

Moord en rotte vis

27 May 2009 In: Uncategorized

De planning schoof iets op, plots vertrek ik de volgende ochtend met Manish naar Veraval. Gister heb ik de hele dag voor pampus gelegen. Ik had de zon wat onderschat en was oververhit geraakt. Maar goed, welke gek gaat er dan ook in de zomer naar India, en dan nog naar een woestijn een van de warmste staten, en vergeet dan ook nog een wat om zijn hoofd koel mee te houden.
’s Ochtends vroeg komt Manish me halen voor de treintocht. Een prachtige rit in een overvolle trein die je als westerling gegarandeerd pijn in je kont oplevert. Een jonge vrouw aan mijn rechterkant weigert op te schuiven, ze heeft de ruimte voor haar kind nodig of iets dergelijks. Het heeft weinig zin, en zodra ze uiteindelijk inschikt schuift er nog iemand bij.
Het duurt niet lang of ik ben ontdekt. Als je blank bent hier, en niet reist zoals de zoveelste toerist wil iedereen van alles van je weten. Waar je vandaan komt, wat je doet, deed, wil doen, gaat doen en je handtekening. Opzich wel logisch, het aantal buitenlanders jaarlijks in Rajkot zit ergens onder de 30, dus je bezoek is altijd wel bijzonder. Gelukkig geen vragen over koeien en melk. De trein raakt bizar vol, mensen gaan in het pad of tussen de banken zitten. De trein heeft geen bagage rek om in te zitten, en er kunnen dan ook veel minder mensen in. Je doet dus hoe dan ook dienst als mensen en bagage rek. Op het dak zitten gebeurt hier niet (meer). Er zijn een aantal heftige ongelukken mee gebeurt, dus de Railway Police let goed op, verder is de prijs behoorlijk laag.
De lucht van sulfiet verraadt onze aankomst in Veraval. Sulfiet is geloof ik een bijproduct van de chemische fabriek van de Aditya Birla Group in Veraval (Indian Rayon fabriek). Omdat het vakkundig verwerken er van te duur is, blazen ze het gewoon met de rook mee in de lucht. Filtering is niet nodig, en als er een klacht over komt worden er ‘metingen’ gedaan die laten zien dat het allemaal zeker binnen de marges valt. Het erge is dat het geen wetteloosheid is, de wetten zijn er namelijk wel, maar de controlerende macht is rampzalig ondervertegenwoordigd en/of corrupt.
Als we het station uit lopen worden we begroet door een leger aan rickshawwhallas, we nemen diegene die het meest achter aan staat, en gaan naar het Rajdhani hotel waar een A/C room voor mij geboekt is. Voor 8 euro per nacht slaap ik op twee bedden, kan ik warm douchen en genieten van 99 TV kanalen, waarvan 3 engelstalig, daarnaast is er canteen-service met thee, packaged-drinking-water, en brood met boter. Het geheel is verder voorzien van een designer-lobby, 24/7 ‘bewaking’ en lift. Dit alles bevindt zich zeer romantisch in een van de grote lanen van het prachtige aan de kust gelegen Veraval. Nouja, met wat fantasie, ’t is maar 8 euro hé (excl. handdoekkosten) …
Manish haalt me om 4 uur ’s middags op, de zon is dan al aan zijn afdaling begonnen en de temperatuur zakt wat. We nemen een rickshaw (na lang zoeken, niemand wilde ons er heen brengen) naar het Moslim gedeelte van Veraval.
Veraval bestaat hoofdzakelijk uit drie gemeenschappen, de Kholi en Kharwa (de hindoes) en de Moslims. De Kholi bezitten de trawlers en de Kharwa zijn de vissers (als ik ’t niet omgekeerd heb). Dan heb je nog de Moslims, hier geen trawlers, maar polyester boten, met buitenboord motor. De vangst is klein, de inkomsten klein, het leven marginaal.
Een zachte zeewind zorgt er voor dat ik niet hoef te kotsen van de stank, de wijk is vies en vervuild. De kinderen zien er slecht uit, bolle buikjes door gebrek aan (goede) voeding, kleren die uit elkaar vallen, soms geen kleren. Het doet me denken aan zo’n zielige kinderen in Afrika reclame. Geen drinkwater, geen echt inkomen, sociaal als minderwaardig beschouwd. Je kan hier maar beter als Hindoe of Jaïn geboren worden.
De voormalige hoofdman (patel) ontvangt ons, hij kan me niets te drinken aan bieden, er is geen water noch melk voor thee. Zijn broer en neef zijn er ook, eigenlijk waren ze bezig met een familie overleg. Zijn zoon is verdacht van moord en is gearresteerd. De aanklacht zelf vind hij niet zo erg, dat zijn zoon, en mede verdiener nu er niet is, dat zit hem dwars. Ze verdienen weinig, hoogstens een paar duizend roepee per gezin per maand. We nemen afscheid, ferme handdruk, en vertrekken naar de huidige hoofdman.
Zijn erf is een grote vuilnisbelt, rottende vis, huisafval, netten, plastic, honden met schurft en andere goorheden zwerven er rond. Hij zit op een houten bank voor zijn huis, en begroet ons hartelijk. Hij vertelt over de problemen die ze hebben, drinkwater, geen onderwijs, dalende inkomsten. We krijgen een ijs-chocola drankje aangeboden, smaakt nog beter door de hitte van ongv. 44 graden.
We lopen de wijk weer uit, langs de vuurtoren, ook daar kent Manish iemand. Het is de baas van de vuurtorenwacht, een vrolijke bolle man met een brede lach. Eigenlijk mag het niet, maar hij laat ons de vuurtoren beklimmen. Na een lange klim en wat gestuntel in een te klein gat sta ik boven. Het uitzicht is prachtig, de reling eng laag. Beneden wacht de vuurtorenwachter op ons, hij moet lachten bij onze bezwete koppen, ik vraag hem of hij dit ook elke keer moet doen. “Ja, elke dag, maar het helpt niets tegen dit” zegt lachend hij terwijl hij naar zijn buik wijst.
De dag loopt ten einde, en ik ga terug naar mijn veel-sterren hotel, waar een tiffin op mij wacht. De tiffin bevat rothi, rijst en een collectie van te zoute en vette groenten. De Indiase onafhakelijkheids onlusten spelen nog steeds in mijn maag af, dus ik hou het op de rothi en rijst. Terwijl Arnold Schwarzennegger op TV Kindergarten Cop speelt dommel ik in slaap.

Veraval vanaf de vuurtoren

27 May 2009 In: Uncategorized


Veraval View, originally uploaded by Simon de la Court.

Veraval vanaf de vuurtoren

27 May 2009 In: Uncategorized


Veraval View, originally uploaded by Simon de la Court.

In de trein naar Veraval

27 May 2009 In: Uncategorized


Train to Veraval, originally uploaded by Simon de la Court.

Hello how are you fine?

21 May 2009 In: Uncategorized


Hello how are you fine?, originally uploaded by Simon de la Court.

Brutale kids, moesten alles weten, waar we heen gingen, vandaan kwamen, waarom ik zo lang was. En ze moesten op de foto, anders mochten we niet weg.

Zout

21 May 2009 In: Uncategorized

Ik slaap tijdelijk in de woonkamer. De kamer waar ik eerst sliep is nu bezet door Tushars ouders. De 2e kamer voor gasten heeft een specifieke functie, de puja room, de gebedsruimte dus. En nu wil het feit dat Tushars ouders enigszins devoot zijn, en om 4 uur ’s ochtends hun gebed beginnen. Dit bidden houden ze vol tot 7 uur ’s ochtends, volledige stilte. Dit dag in, dag uit. Zo nu en dan genieten ze van een van de vele religieuze TV zenders, waar ze uren naar turen. Tijdens het eten sprenkelt meneer Pancholi water rond het bord, en bid even. Het zijn voorbeelden van de talloze Hindoe rituelen die ze uitvoeren. Ik ken weinig mensen die zo devoot zijn.
Om half zeven stappen we in de trouwe Fiat op weg naar Malia, voor een tour naar de zoutvlaktes en de vissers die er leven. We pikken Paresh bij een chaiwalla op, waar we niet zonder thee weg komen. Een man met een volledig verwaaide kop schenkt een scheut thee in een onnoemelijk kopje in en kijkt me wat verward aan. Veel westerlingen komen hier niet, en als ze komen dan komen ze nooit voor thee, en al helemaal niet bij zo’n tent. Maar de thee smaakt goed, we vertrekken weer richting Malia.
De tocht duurt zo’n 3 uur, zo’n 120 km snelweg, “World Class level” vertelt een bord me, waarna een kudde buffels over de 3.5 baans weg heen steekt. Dat overkomt je nu nooit op de A1…
Ergens bij een restaurant (noemen ze hier hotel) wachten Akbar en Ramesh op ons. Akbar is een local uit de Malia omgeving, rond de 35 jaar oud. Hij werkt als liaison tussen de lokale bevolking en Anandi/PVK. Eigenlijk is hij visser, maar nu werkt hij als boer en contactpersoon. Zijn leven stond voor vele jaren in het teken van overleven, elke dag zorgen dat er eten en drinken is. Maar zijn familie bezit nu wat grond en dit geeft hun een vaste bron van inkomsten. Ook hij, zoals velen om Malia, is een Myana. Zoals ik al eerder ergens schreef, deze groep mensen is een mix tussen Moslims en Hindoes. Een groep mensen die eigenlijk altijd de klos zijn. Het zijn geen Dalits, dus genieten ze niet van de speciale dalit programma’s en geen echte Moslims, waardoor de Moslim gemeenschap ze niet echt ziet zitten. Omdat ze niets anders kunnen zijn ze maar gaan vissen. Veel vangen ze niet, en de vissen, krabjes en andere zeegespuis. Ze vissen rond de Golf of Katchh, een waddenachtig gebied waar ze tijdens de moesson wat kunnen vissen. Allemaal extreem marginaal.
Nadat Ramesh en Akbar in de auto gestapt zijn vertrekken we richting de visgronden en de zoutvlaktes. Zodra de weg ophoudt bereik je een grote barre vlakte, met aan de ene kant wat laagstaand water, en aan de andere kant zand dat tot de horizon rijkt. Daar ergens tussenin vind je een soort van sawa’s, omdijkte mini meertjes waarin water ligt te verdampen. In de mini meertjes lopen wat mensen die het zout recht harken zonder laarzen of handschoenen.
Ergens aan ’t einde van de horizon staan wat huizen, Tushar vertelt dat het de huizen van de zoutwerkers zijn, gefinancierd door PVK en Anandi. De huizen zijn het enige wat schaduw biedt op deze grote barre vlakte. Terwijl ik elk halfuur een liter water naar binnen werk heeft ook Tushar het gehad, de hitte wordt ons allemaal wat teveel. Het team van slapjanussen vertrekt dus weer in hun door airco gekoelde auto. Op naar een dorpje op de rand van de woestijn, en niet zo woestijn-woestijn.
Een vrouw begroet ons hartelijk bij het dorp, dit is nu een van die mensen die dus volgens de lokale opinie dom, crimineel en vooral gewelddadig is. Ze serveert thee, en haar kleindochtertje komt naar buiten en showt twee kuikens, allemaal bijzonder vredig. Ze neemt ons mee naar een ander gezin, waar we weer door de vrouw begroet worden. De man is ergens anders, aan ’t werk. De vrouw runt dan eigenlijk ook alles, de man is voornamelijk een stuk gereedschap. Anandi en PVK richten zich dan ook op de vrouwen, iets wat vruchten af lijkt te werpen. Als na een half uur de man ook aan komt strompelen, negeert eigenlijk iedereen hem. Hij mompelt wat bevestigends als de vrouw zegt hoe ’t gaat. Wel goed eigenlijk, vind ze. “We zijn gelukkig, onze kinderen gezond, een huis, we verdienen en eten.” zegt ze met een grote lach. Tushar kijkt met recht wat trots, de watertank, het microkrediet, de steun in de rug. Het lijkt zijn vruchten af te werken. De vrouw neemt ons mee naar de centrale watertank, waar opeens iedereen staat. Allemaal willen ze even poseren, trots en tevreden met de kleine dingen die ze hebben. Maar er moet veel meer gebeuren, het dorpje ligt op de grens tussen de woestijn, en de semi woestijn. Verder levert de visvangst weinig op, neemt de politie en het merendeel van de officials ze niet echt serieus en blijft het leven toch eigenlijk wel hard. Maar in dat alles is wel een tevreden blik te vinden, ergens.