De planning schoof iets op, plots vertrek ik de volgende ochtend met Manish naar Veraval. Gister heb ik de hele dag voor pampus gelegen. Ik had de zon wat onderschat en was oververhit geraakt. Maar goed, welke gek gaat er dan ook in de zomer naar India, en dan nog naar een woestijn een van de warmste staten, en vergeet dan ook nog een wat om zijn hoofd koel mee te houden.
’s Ochtends vroeg komt Manish me halen voor de treintocht. Een prachtige rit in een overvolle trein die je als westerling gegarandeerd pijn in je kont oplevert. Een jonge vrouw aan mijn rechterkant weigert op te schuiven, ze heeft de ruimte voor haar kind nodig of iets dergelijks. Het heeft weinig zin, en zodra ze uiteindelijk inschikt schuift er nog iemand bij.
Het duurt niet lang of ik ben ontdekt. Als je blank bent hier, en niet reist zoals de zoveelste toerist wil iedereen van alles van je weten. Waar je vandaan komt, wat je doet, deed, wil doen, gaat doen en je handtekening. Opzich wel logisch, het aantal buitenlanders jaarlijks in Rajkot zit ergens onder de 30, dus je bezoek is altijd wel bijzonder. Gelukkig geen vragen over koeien en melk. De trein raakt bizar vol, mensen gaan in het pad of tussen de banken zitten. De trein heeft geen bagage rek om in te zitten, en er kunnen dan ook veel minder mensen in. Je doet dus hoe dan ook dienst als mensen en bagage rek. Op het dak zitten gebeurt hier niet (meer). Er zijn een aantal heftige ongelukken mee gebeurt, dus de Railway Police let goed op, verder is de prijs behoorlijk laag.
De lucht van sulfiet verraadt onze aankomst in Veraval. Sulfiet is geloof ik een bijproduct van de chemische fabriek van de Aditya Birla Group in Veraval (Indian Rayon fabriek). Omdat het vakkundig verwerken er van te duur is, blazen ze het gewoon met de rook mee in de lucht. Filtering is niet nodig, en als er een klacht over komt worden er ‘metingen’ gedaan die laten zien dat het allemaal zeker binnen de marges valt. Het erge is dat het geen wetteloosheid is, de wetten zijn er namelijk wel, maar de controlerende macht is rampzalig ondervertegenwoordigd en/of corrupt.
Als we het station uit lopen worden we begroet door een leger aan rickshawwhallas, we nemen diegene die het meest achter aan staat, en gaan naar het Rajdhani hotel waar een A/C room voor mij geboekt is. Voor 8 euro per nacht slaap ik op twee bedden, kan ik warm douchen en genieten van 99 TV kanalen, waarvan 3 engelstalig, daarnaast is er canteen-service met thee, packaged-drinking-water, en brood met boter. Het geheel is verder voorzien van een designer-lobby, 24/7 ‘bewaking’ en lift. Dit alles bevindt zich zeer romantisch in een van de grote lanen van het prachtige aan de kust gelegen Veraval. Nouja, met wat fantasie, ’t is maar 8 euro hé (excl. handdoekkosten) …
Manish haalt me om 4 uur ’s middags op, de zon is dan al aan zijn afdaling begonnen en de temperatuur zakt wat. We nemen een rickshaw (na lang zoeken, niemand wilde ons er heen brengen) naar het Moslim gedeelte van Veraval.
Veraval bestaat hoofdzakelijk uit drie gemeenschappen, de Kholi en Kharwa (de hindoes) en de Moslims. De Kholi bezitten de trawlers en de Kharwa zijn de vissers (als ik ’t niet omgekeerd heb). Dan heb je nog de Moslims, hier geen trawlers, maar polyester boten, met buitenboord motor. De vangst is klein, de inkomsten klein, het leven marginaal.
Een zachte zeewind zorgt er voor dat ik niet hoef te kotsen van de stank, de wijk is vies en vervuild. De kinderen zien er slecht uit, bolle buikjes door gebrek aan (goede) voeding, kleren die uit elkaar vallen, soms geen kleren. Het doet me denken aan zo’n zielige kinderen in Afrika reclame. Geen drinkwater, geen echt inkomen, sociaal als minderwaardig beschouwd. Je kan hier maar beter als Hindoe of Jaïn geboren worden.
De voormalige hoofdman (patel) ontvangt ons, hij kan me niets te drinken aan bieden, er is geen water noch melk voor thee. Zijn broer en neef zijn er ook, eigenlijk waren ze bezig met een familie overleg. Zijn zoon is verdacht van moord en is gearresteerd. De aanklacht zelf vind hij niet zo erg, dat zijn zoon, en mede verdiener nu er niet is, dat zit hem dwars. Ze verdienen weinig, hoogstens een paar duizend roepee per gezin per maand. We nemen afscheid, ferme handdruk, en vertrekken naar de huidige hoofdman.
Zijn erf is een grote vuilnisbelt, rottende vis, huisafval, netten, plastic, honden met schurft en andere goorheden zwerven er rond. Hij zit op een houten bank voor zijn huis, en begroet ons hartelijk. Hij vertelt over de problemen die ze hebben, drinkwater, geen onderwijs, dalende inkomsten. We krijgen een ijs-chocola drankje aangeboden, smaakt nog beter door de hitte van ongv. 44 graden.
We lopen de wijk weer uit, langs de vuurtoren, ook daar kent Manish iemand. Het is de baas van de vuurtorenwacht, een vrolijke bolle man met een brede lach. Eigenlijk mag het niet, maar hij laat ons de vuurtoren beklimmen. Na een lange klim en wat gestuntel in een te klein gat sta ik boven. Het uitzicht is prachtig, de reling eng laag. Beneden wacht de vuurtorenwachter op ons, hij moet lachten bij onze bezwete koppen, ik vraag hem of hij dit ook elke keer moet doen. “Ja, elke dag, maar het helpt niets tegen dit” zegt lachend hij terwijl hij naar zijn buik wijst.
De dag loopt ten einde, en ik ga terug naar mijn veel-sterren hotel, waar een tiffin op mij wacht. De tiffin bevat rothi, rijst en een collectie van te zoute en vette groenten. De Indiase onafhakelijkheids onlusten spelen nog steeds in mijn maag af, dus ik hou het op de rothi en rijst. Terwijl Arnold Schwarzennegger op TV Kindergarten Cop speelt dommel ik in slaap.
Jara
May 31st, 2009 at 3:53 pm
Simon!
Ik heb het idee dat je foto’s alleen maar beter worden:) Echt top die pics! Mis je bro!
Dikke kus en knuf je zus