Na een lange dag op de ‘office’, een woonhuis verbouwd tot een rommelige hoop kasten, ingezakte bureaus, verouderde computers vol met virussen en hoop wazige posters en op de muur geprikte brieven (met extreem veel spelfouten), komt Anil me halen. “Challo, we have food”. Hij neemt me mee naar zijn motor, een nieuw ogende Hero Honda. Ik stap een beetje onzeker bij hem achterop, geen helm, een dunne broek en shirt, zal wel goed komen, maar toch. Anil rijdt rustig weg, ik hou me vast aan een stang, en geniet van de wind die wat verkoeling brengt in de hitte. Een paar straten verder stoppen we. Anil leidt me zijn huis in, waar zijn zoon en vrouw me begroeten. In de achtergrond schalt de TV, Cricket. “Chai Joiché?”, waarom ook niet. Anils vrouw maakt verdwijnt weer de keuken in, en Anil wijst me op zijn zoon “my son”. Zijn moeder stapt binnen, en zijn vader komt ook. Tijdens vakanties verblijven de ouders bij hun kinderen (als ze nog niet permanent bij hun kinderen verblijven). De relatie tussen ouders en kinderen blijft hier sterk. Anils vader begroet en bevraagt me in net Engels. Zijn schoondochter verschijnt en doet haar sari (lange doek om lichaam gewikkeld, als een soort van jurk) voor haar hoofd. Ze brengt hete thee, en sandwiches. “Eat eat, is healthy” roept Anil me toe. Zelf wil hij niet. Anils ouders verdwijnen en de sari verdwijnt voor het hoofd. Het gezicht afdekken met een sari zie je weinig in Gujarat, meer in de conservatievere staat Rajesthan, waar strikte wetten jaren in de kleine Rajas opgelegd werden.
Anil rijdt me weer terug, om vervolgens samen met Tushar (hij op Anil’s motor) terug te rijden. Ik wordt bij Mahesh achterop geparkeerd. Mahesh is een wat langere man voor Indiase standaarden, schoolhoofd geloof ik. Zijn rol bij Tushars organisatie is wazig, iets met social worker. Hij rijdt wat harder dan Anil, en we rijden de woonwijk uit. Als een mier meng je je in de stroom van auto’s, fietsen, scooters en rickshaws. Een aanrijding wordt handig vermeden, om vervolgens met beide handen even de mouwen op te stropen.
Als de avond valt bespreken Tushar en ik de plannen, Tushars zwager komt langs met het enige kind in de familie. De zwager runt de boekenwinkel van de overleden broer en vader van Sumitra (de vrouw van Tushar) die het leven lieten bij een verkeers ongeluk. Het is een rustige man die, zoals eigenlijk elke Indier betaamt, veel tijd aan zijn kind besteed. Hij spreekt wel wat Engels en met mijn beperkte Gujarati komen we er wel.
De volgende dag gaan we bij ze langs, ze willen iets met foto’s, iets van een foto mix, collage. Neelu, vrouw des huizes, zet op TV een fotoserie aan van haar dochter, “these pictures please”. Daarna volgen veel koetjes, kalfjes, appelsap (best een luxe hier, appels zijn zeldzaam), nog meer koetjes en kalfjes en verdwijnen we weer. Elke ochtend gebeurt er wel zoiets, een klein verzoek, bezoekje of overleg waar je 1 of 2 uur voor zit. De gastheer of vrouw zorgt dat je altijd wat te drinken of eten hebt, en je hebt ’t eigenlijk nooit over ’t geen wat je afgesproken had. Als je er eenmaal aan gewend bent en weinig verwachtingen hebt is ’t fijn, je hoeft je agenda niet vol te plannen en het sociale netwerken gaat vanzelf, maar je moet geen haast hebben. Je leert genieten van weinig doen, denk ik. Maar daar had ik al weinig moeite mee.
Wat de foto’s betreft is er nog weinig nieuws, vanochtend (zondag) een bezoek aan de welbekende Agi (of Aji) dam. Paar foto’s gemaakt, daarna eentje van een chaiwalla. Morgen op naar Veraval, 1e bezoek. Wel heeft Sumitra’s organisatie me gevraagd tijdens een ‘staffmeeting’ om een paar dingen te fotograferen. Ik krijg een lijstje met dingen die ze wel willen, waaronder dingen die ik zelf wilde (Chikli). Het team was hartelijk, en wat ik er met mijn beperkte Gujarati van begreep was ’t allemaal bijzonder grappig.
Leave a reply